Waarom hechting de basis vormt voor ontwikkeling

Aan de slag?

Neem gerust contact met ons op of meld je aan om te kijken wat Vitaal Jeugdhulp kan betekenen.

Ieder kind en iedere jongere heeft behoefte aan veiligheid, nabijheid en iemand op wie hij of zij kan terugvallen. Vanuit de hechtingstheorie weten we dat de kwaliteit van vroege relaties van grote invloed is op hoe jongeren naar zichzelf, anderen en de wereld kijken. Hechting speelt daarmee een belangrijke rol in de sociaal-emotionele ontwikkeling, het gedrag en het vermogen om met stress en tegenslagen om te gaan.

Wat is hechting?

Hechting is de emotionele band die een kind opbouwt met belangrijke opvoeders of verzorgers. Deze band ontstaat in de eerste levensjaren, maar blijft zich ook later ontwikkelen. Wanneer een kind ervaart dat opvoeders beschikbaar, voorspelbaar en sensitief zijn, ontstaat er vertrouwen. Het kind leert dat het op anderen kan rekenen en dat gevoelens en behoeften er mogen zijn.

 

De hechtingstheorie is ontwikkeld door de Britse psychiater en psychoanalyticus John Bowlby. Bowlby beschreef hoe belangrijk de eerste relaties van een kind zijn voor de verdere sociaal-emotionele ontwikkeling. Volgens hem hebben kinderen van nature de behoefte om zich te hechten aan een vertrouwde opvoeder of verzorger die veiligheid, bescherming en nabijheid biedt. Vanuit die veilige basis leert een kind de wereld ontdekken, emoties reguleren en relaties aangaan. Bowlby noemde dit ook wel een “secure base”: een veilige basis van waaruit een kind durft te groeien en te ontwikkelen.

 

Hechting gaat daarom niet alleen over nabijheid, maar ook over zelfstandigheid. Een jongere kan pas loslaten en groeien wanneer er eerst voldoende veiligheid is ervaren.

Verschillende hechtingspatronen

Teruggetrokken gedrag wordt soms minder snel opgemerkt, omdat het minder zichtbaar is voor de omgeving. Toch kan er onder de oppervlakte veel spelen. Jongeren die zich terugtrekken voelen zich vaak onzeker, gespannen of overbelast. Soms zijn zij bang om anderen teleur te stellen, afgewezen te worden of geen ruimte te krijgen voor hun gevoelens.

 

Juist deze jongeren hebben vaak behoefte aan nabijheid, voorspelbaarheid en iemand die beschikbaar blijft zonder te veel druk uit te oefenen.

Veilige hechting

Niet iedere jongere groeit op met dezelfde mate van veiligheid en voorspelbaarheid. Sommige jongeren hebben geleerd dat anderen beschikbaar zijn wanneer zij hulp nodig hebben. Andere jongeren hebben juist ervaren dat zij het alleen moeten doen, dat gevoelens weinig ruimte krijgen of dat relaties onveilig en onvoorspelbaar zijn.

 

Op basis van de hechtingstheorie worden verschillende hechtingspatronen onderscheiden. De meest gezonde vorm is veilige hechting. Daarnaast zijn er verschillende vormen van onveilige hechting.

Veilige hechting

Bij veilige hechting ervaart een kind dat opvoeders beschikbaar, voorspelbaar en sensitief zijn. Hierdoor ontstaat vertrouwen in zichzelf en anderen. Jongeren met een veilige hechting:

  • Durven hulp te vragen
  • ⁠Kunnen gevoelens beter reguleren
  • ⁠Hebben meer vertrouwen in zichzelf en anderen
  • Herstellen vaak sneller van spanning of teleurstelling
  • Durven relaties aan te gaan en zelfstandig stappen te zetten

Onveilige hechting

Bij onveilige hechting kunnen verschillende patronen ontstaan.

Vermijdende hechting

Jongeren met een vermijdende hechtingsstijl hebben vaak geleerd dat gevoelens weinig ruimte krijgen en dat zij problemen vooral zelf moeten oplossen. Zij kunnen afstandelijk overkomen, moeite hebben met vertrouwen en anderen op afstand houden.